Wij kregen de volgende vraag binnen: ‘Beste Paardenkamp. Mijn paard is 18 jaar en heeft de diagnose spat gekregen. Moet ik hem nu met pensioen sturen?’ Paardenarts Charlotte van Hoof van Paardenkliniek Wolvega legt uit dat er vaak nog veel mogelijk is bij deze aandoening.
De hak van een paard heet officieel het spronggewricht. Het is een zogenaamd samengesteld gewricht, het bestaat uit meerdere botjes. In de loop van de jaren kan er enige slijtage optreden. Op het einde van botten zit een laagje kraakbeen dat daardoor afneemt. Maar er zitten wel zenuwuiteinden, dus als het te ver wegslijt wordt bewegen pijnlijk. Spat is de naam van deze vorm van artrose aan dit gewricht in de achterbenen. Het doet zich vaak voor op oudere leeftijd. Bouw, genetische aanleg, maar ook de belasting speelt een rol bij het ontwikkelen ervan.
Vastgroeien
Dierenarts Charlotte van Hoof van Paardenkliniek Wolvega legt uit dat het belangrijk is om een diagnose te laten stellen. “Dat begint met een kreupelheidsonderzoek, waarbij het been van onder af steeds iets verder wordt uitverdoofd. Op die manier kunnen we goed vaststellen waar de pijnklachten vandaan komen. De volgende stap is het maken van röntgenfoto’s.”
Spat kent verschillende fasen. Het gewricht kan ontstoken raken. Dat is pijnlijk en geeft dus kreupelheid. Als dit afneemt is er meestal een soort ‘overgangsfase’, waarin een paard soms wel en soms niet onregelmatig loopt. Vaak is hij stijf, vooral bij het opstarten van beweging.
In reactie op de slijtage van het kraakbeen gaat het lichaam bot aanmaken. Dat klinkt ernstig, maar het is eigenlijk prettig voor een paard, want daardoor groeit het gewricht vast en doet bewegen geen pijn meer. Charlotte: “Het klinkt misschien gek dat dat beter is. Maar het is een gewricht waar sowieso al weinig beweging in zit. Dus als dit vergroeit, merk je daar qua lopen niet zoveel van.”
In beweging
De dierenarts geeft aan dat de diagnose spat niet meteen het einde van de wereld hoeft te betekenen. “Er is vaak nog veel mogelijk. We kunnen de pijn wegnemen door het gewricht te injecteren met ontstekingsremmers. Daar bestaan verschillende soorten van. Soms moet dat worden herhaald of is het verstandig om ook een andere plek in het spronggewricht te injecteren. Daarnaast is het mogelijk om via een operatie of door een chemische stof in te spuiten het kraakbeen te verwijderen, waardoor bot op bot contact ontstaat. Dat klinkt misschien niet fijn, maar dat is het juist wel, want dan is de pijn weg. Het zijn geen wondermiddelen, je krijgt er geen nieuw gewricht door. Maar het is hiermee vaak wel mogelijk een paard pijnvrij te laten bewegen. Dat is beter voor hem, want rust roest. Door te lopen worden de gewrichten gesmeerd.” Charlotte geeft aan dat rustige beweging erg belangrijk is. “Zet je zo’n paard stil, dan is de kans groot dat artrose die zich al elders in het lichaam aan het ontwikkelen is opspeelt. Je moet misschien geen topsportcarrière meer nastreven, maar in beweging houden is wel verstandig. Wandelen, grondwerk, rustige ritjes en soms zelfs wat licht dressuurwerk. Paarden met flinke spat hebben moeite met kleine voltes of galop, maar kunnen meestal nog prima stappen en draven op de rechte lijn. Soms is het nodig om een paard dagelijks een beetje pijnstilling te geven, zodat hij comfortabel kan bewegen. Volledig stilzetten is bij artrose meestal niet gunstig.”
Niet afwachten
Bij oudere paarden met spat draait het uiteindelijk om comfort. Een paard hoeft niet volledig kreupel te zijn om toch pijn te ervaren. Paarden laten pijn subtiel zien. Stijfheid, moeite met aanspringen in galop of opstaan, verzet bij hoefsmid of minder ondertreden kunnen signalen zijn. Charlotte benadrukt dat het verstandig is om ook bij kleine klachten te overleggen met je dierenarts. “Heeft een paard ergens last, dan zal hij proberen dat te compenseren, waardoor ergens anders in het lichaam overbelasting kan ontstaan. Probeer er dus nooit ‘doorheen’ te werken. Je dierenarts kan uitzoeken wat er aan de hand is en passende maatregelen nemen. Overleg met de dierenarts is essentieel. Wat bij het ene paard werkt, is niet automatisch geschikt voor het andere. En ja, hoe eerder je erbij bent, hoe beter. Neem die stap voor je je wendt tot andere therapeuten. Fysiotherapie kan goed zijn, maar dan moet je wel eerst echt goed uitgezocht hebben wat er aan de hand is.”

