Hengstigheid op oudere leeftijd

Om de 21 dagen worden merries hengstig. Dat betekent dat ze vruchtbaar zijn. In die periode overheerst het hormoon oestrogeen. Ze krijgen ineens veel interesse in andere paarden, op zoek naar een hengst. Daarbij gedragen ze zich vaak overdreven, met veel gebrul en gegil. De staart wordt opgetild en ze bewegen hun vulva-lippen, wat ‘knipogen’ wordt genoemd. Ze plassen daarbij kleine beetjes, eerst helder, maar later is het vocht troebeler. Dit is om via een geurspoor aan te geven dat ze klaar zijn om gedekt te worden. Deze periode duurt vijf tot zeven dagen.

 

Gillend monster

Bij sommige merries merk je weinig van de hengstigheid, maar er zijn erbij die qua gedrag compleet veranderen. Dat kan twee kanten op gaan: soms worden ze heel aanhankelijk en knuffelig, maar er zijn er ook die in gillende monsters veranderen. Als een paard nog wordt bereden merk je het verschil vaak ook aan de reactie op je beenhulpen. Die voelen voor een merrie enigszins aan alsof een hengst zijn benen om hen heen slaat, waardoor ze in sommige gevallen inhouden, hun staart omhoog doen of zelfs kleine beetjes plassen.

 

Voorjaar heviger

De hengstigheid gaat het hele jaar door, maar is in het voorjaar heviger. Daar zit een logica achter. Een paard draagt namelijk elf maanden. Het is het handigst als veulentjes in het voorjaar worden geboren, als het weer gunstiger wordt en er meer gras voorhanden is. Dus is het voor de overlevingskansen beter als een dekking in het voorjaar plaatsvindt. De dagen worden langer en door het daglicht wordt de productie van het hormoon oestrogeen gestimuleerd, wat de ontwikkeling van een follikel met een eicel op de eierstokken op gang brengt.

 

Kan nog steeds

Bij mensen kennen we de ‘menopauze’. Bij vrouwen van gemiddeld boven de vijftig jaar stopt de eiproductie. Merries kennen geen echte menopauze. De vruchtbaarheid neemt wel af op oudere leeftijd, maar er zijn fokmerries van boven de twintig jaar die nog gezonde veulens krijgen. Paardenarts Yteke Elte van de Universiteit van Utrecht geeft aan dat het risico op problemen wel groter wordt, bijvoorbeeld vroeggeboorten, zwakkere veulens of een verminderde kwaliteit van de biest (de eerste moedermelk die vol antistoffen tegen ziekten zit en dus nodig is om het veulen tegen ziekten te beschermen). Het fokken met een oudere merrie is geen vanzelfsprekendheid, is alleen aan te raden als de merrie echt goed gezond is en altijd in overleg met je dierenarts.

 

Geen gedonder

Bij De Paardenkamp worden geen hengsten toegelaten. Dit om ‘gedonder’ te voorkomen, vertelt beheerder IJsbrand Muller. Hij constateert wel dat de hevigheid van de hengstigheid bij oudere merries afneemt, maar hij ziet soms toch een ruin aanstalten maken om erop te springen. “Dat heb je wel eens, vooral als een hengst laat is geruind of daarvoor heeft gedekt. We hebben een Shetlander gehad die dat deed, Brenno (zie foto). Die bleef achter de anderen aan jagen, met alle risico’s op blessures. Die hebben we een tijdje tussen de grote paarden gezet, waarna het over was.” Yteke Elte denkt dat het een verstandig idee is om geen hengsten tussen een koppel met oudere merries te laten. “Dat gaat beslist veel onrust geven (en dus misschien ook nog veulentjes). Met gevaar voor de merries en de hengst. Alsof je een gigolo in een bejaardentehuis loslaat, dat wil je niet.”

 

Hengstengroep

Wie een oudere hengst heeft kan dus niet bij De Paardenkamp terecht. Is castreren op latere leeftijd een oplossing? Yteke Elte heeft haar bedenkingen. “Als alles flink is ontwikkeld daar beneden, is dat een zwaardere ingreep dan op jonge leeftijd. Het is te doen, maar zeker als een hengst ook heeft gedekt is het de vraag of je daarmee het gedrag er helemaal uit krijgt. Het lijkt me dan verstandiger om een groep oudere ruinen of hengsten te zoeken op een plek waar veel ruimte is. Want als ze goed zijn gesocialiseerd kunnen hengsten best samen staan. Mits daar dan geen hengstige merries in de buurt zijn natuurlijk.”

 

(Tekst: Tessa van Daalen, foto: Nikki de Kerf)