Veel paardenhouders gaan steigeren bij het woord ‘suiker’ in relatie tot paardenvoeding. Suiker heeft een slechte naam en niet geheel ten onrechte. Het kan voor problemen zorgen, vooral bij paarden die stofwisselings-, huid- of ouderdomskwalen hebben. Maar het komt van nature voor in ruwvoer. Wat is aanvaardbaar?
Wil je alles weten over oudere paarden en hun verzorging? Op zaterdag 3 oktober organiseert De Paardenkamp de Dag van het Oudere Paard. Diverse dierenklinieken geven lezingen over medische onderwerpen als PPID, maar er zijn ook externe sprekers over grondwerkoefeningen en hoe je je paddock kunt inrichten. Natuurlijk geeft De Paardenkamp ook zelf lezingen over onder andere voeding en het gewicht van een ouder paard.
Dag van het Oudere PaardGras maakt zelf suiker aan onder invloed van zonlicht. Dat zorgt voor energie, waardoor planten kunnen groeien. Je moet daarbij niet denken aan het witte spul dat wij in onze koffie gooien. Het gaat om natuurlijke plantensuikers en zetmeel, dat in gras en zaadjes -en daarmee dus ook in hooi of kuil- zit. Suiker heeft een slechte reputatie en wordt wel eens gezien als ‘vergif’ voor paarden. Maar ook voor hen zijn voedingssuikers een brandstof. Zolang de gehaltes niet te hoog zijn, kan de spijsvertering van een paard dit prima aan. “Maar daar zit het hem nou net: hoe hoog is de grens”, zegt paardenarts Fred Smit van de Universiteit Utrecht.
Sportpaarden
Ieder paard heeft energie nodig. Suikers zijn een natuurlijke brandstof. Smit: “Gezonde actieve paarden kunnen zonder problemen ruwvoer eten met een normaal suiker- en zetmeelgehalte. Daarbij moet je denken aan tien tot vijftien procent van het drogestof gehalte. Voor sportpaarden kan dat zelfs nog wel iets hoger zijn. Suiker is een vorm van ‘snelle energie’, waarvan zij kunnen profiteren als er een prestatie van ze wordt gevraagd. Zolang ze genoeg werk doen, gebruiken ze die suikers op en dan is er niets aan de hand. Het verhaal wordt echter anders als een paard een probleem heeft.”
Hij krijgt bijval van IJsbrand Muller, beheerder van De Paardenkamp. “Wij maken ons eigen ruwvoer en streven naar een maximum van tien procent suiker qua drogestof, liefst lager. Wij hebben gemerkt dat het voor de gezondheid van oudere paarden belangrijk is om dit gehalte zo laag mogelijk te houden. Niet alleen bij paarden die de ouderdomsaandoening PPID hebben, maar ook bij de bewoners met aanleg voor hoefbevangenheid of huidproblemen zoals zomereczeem.”
Bemesting
Er zijn verschillende factoren die het suikergehalte van ruwvoer kunnen beïnvloeden. IJsbrand Muller: “Gras maakt overdag suiker aan om te groeien. Die suikers stapelen zich vooral ’s middags en aan het eind van de dag op. ’s Nachts verbruikt de plant een deel van die suikers weer voor groei en onderhoud. Maar als de nachten koud zijn stopt dit proces. Na een zachte nacht zonder vorst is het suikergehalte in de vroege ochtend meestal het laagst. Maaien in de middag of avond levert dus juist suikerrijker ruwvoer op, tenzij de nachten kouder dan vijf graden zijn.”
Fred Smit stipt een andere oorzaak van te suikerrijk ruwvoer aan. “Bemesting wordt in sommige kringen als ongewenst gezien. Maar een plant heeft voeding nodig. Zit dat niet voldoende in de bodem, dan maakt gras als een soort ‘stressreactie’ extra suiker aan. Een goed bemestingsplan, aangepast aan de grondsoort, kan dus juist voor een lager suikergehalte zorgen. Kou, droogte en overbegrazing zorgt ook voor zo’n stressreactie. Mensen denken wel eens dat van die hele karige weitjes goed zijn voor paarden. Dat is echt niet zo, die sprietjes die ze daarvan naar binnen werken zitten vól met suiker.” Wat verder nog meespeelt is de soort gras. Bij De Paardenkamp wordt gebruik gemaakt van speciaal paardengraszaad. Dit bevat vezelrijke suikerarme grassoorten zoals timotee en roodzwenkgras in plaats van het veelgebruikte productiegras voor koeien.
Laat analyseren
‘Drogestof’ is een term die door deskundigen vaak wordt gebruikt in relatie tot gehaltes in paardenvoeding. Zowel de dierenarts als de beheerder willen echter benadrukken hoe belangrijk het is om je ruwvoer te laten analyseren. Fred Smit: “Je kunt aan de buitenkant echt niet afleiden hoeveel suiker erin zit. Ruwvoer is het hoofdbestanddeel van het rantsoen van een paard. Dan moet je toch weten wat je hem geeft?” Bij De Paardenkamp wordt eigen gras verwerkt tot hooi, maar evengoed wordt van alle partijen een analyse aangevraagd om er zeker van te zijn dat de bewoners de juiste voeding krijgen. IJsbrand Muller. “Als je hooi maakt verandert het suikergehalte van gras niet zo veel. Bij voordroog of kuil kan het fermentatieproces suikers door bacteriewerking deels omzetten in melkzuur. Daardoor bevat voordroog vaak minder suikers dan vers gras, maar de samenstelling kan sterk verschillen per partij. Het blijft dus belangrijk om te weten hoe het kuilvoer is gemaakt en een analyse te laten doen.”
Tip
Wat moet je doen als bij jouw stal alleen hooi wordt gevoerd dat meer dan 15 procent suiker bevat? Of als je niet weet wat het gehalte is, maar je bent bang dat jouw paard gevoelig is voor suiker? Dierenarts Smit heeft een goede tip: “Week het hooi een paar uur in water voor je het geeft. Daardoor lost een groot deel van de suiker op. Dit kan aanzienlijk schelen. Soms vinden paarden het niet lekker en moeten eraan wennen. Maar het kan een oplossing zijn als je geen ander ruwvoer kunt kiezen. Bijkomend voordeel is dat het ook tegen stof helpt.”

