Diarree bij een paard kan veel verschillende oorzaken hebben. Van onschuldig en tijdelijk tot ernstig en zelfs levensbedreigend. Voor we het gaan hebben over de juiste aanpak is het eerst belangrijk om vast te stellen wat we onder diarree verstaan.
“Poep die niet meer als zodanig is te herkennen, veel te nat en zonder de kenmerkende mestballen, die niet als een hoop bij elkaar op de grond blijft liggen, maar als een natte vlaai uiteen spat. Dat is diarree”, zegt beheerder IJsbrand Muller van De Paardenkamp. “En dan maakt het ook nog uit hoe en hoe vaak het eruit komt Want als een paard zenuwachtig is of net in een nieuwe wei met vers gras staat is de mest soms even wat slapper. In dat laatste geval is de kleur vaak ook wat groener. Maar als het echt eruit spuit, dit meer dan een dag zo blijft en zeker als het paard daarbij sloom is, niet wil eten of zelfs koorts heeft, dan is het zaak om je dierenarts te bellen.”
Mestwater
Soms hebben paarden ‘gewone’ mest, maar komt er nog een straaltje bruin vocht mee, waardoor ze een vieze staart of natte achterbenen hebben. “Dat is geen diarree”, zegt IJsbrand. “Het is wel een indicatie voor verminderde darmwerking. Het komt relatief vaker voor bij wat oudere paarden en is meestal met een passend rantsoen gebaseerd op ruwvoer binnen de perken te houden. Ernstig is het niet.”
Het spijsverteringssysteem van paarden is een gecompliceerd proces, dat is ingesteld op het verteren van vezelrijke plantaardige voeding die weinig energie bevat. Dat verteren gebeurt in de darmen. Bij een paard zijn die erg lang, tot wel tientallen meters. Die darmen kunnen door verschillende oorzaken ontregelt raken, waardoor de inhoud versneld passeert en het opnemen van vocht wordt verstoord.
Geleidelijk
Harrit van der Meer van Wellensiek Dierenartsen in Nijkerk is één van de vaste dierenartsen van De Paardenkamp. Hij geeft aan wat mogelijke oorzaken voor diarree zijn. “Stress, bijvoorbeeld door verhuizing, transport of nieuwe paarden op stal geeft vaak wat dunnere ontlasting. Dat is eigenlijk altijd onschuldig en gaat over zodra de rust is weergekeerd. Plotselinge rantsoenveranderingen of veel koud water drinken in de winter kan eveneens effect hebben. Dat is meestal tijdelijk, maar in heftige gevallen heeft een paard daar wel buikpijn bij. Daarom is het verstandiger om alle veranderingen op voedingsgebied geleidelijk in te voeren. Gaan paarden naar een verse wei, begin dan met een korte periode die je steeds iets langer maakt of geef ze een klein gedeelte.”
Verstoring
Krijgt een paard iets verkeerds binnen, dan kan de darmwerking ontregeld raken. Er zijn schimmels, virussen en bacteriën die voor problemen kunnen zorgen, zoals salmonella, clostridium, rota- of coronavirussen. Of giftige planten zoals Jacobskruiskruid, die de lever aantasten en op die manier een effect hebben op de darmen. Sommige medicijnen hebben invloed op de darmflora. De pijnstiller phenylbutazon (‘buut’) is een bekende. En antibiotica doden bijvoorbeeld niet alleen slechte bacteriën, maar ook de goede. Parasieten die door de darmwand breken of de slijmlaag aantasten, zoals bloed- of lintwormen, kunnen diarree veroorzaken. Ook andere lichaamsvreemde stoffen zoals zand kunnen problemen geven. Wanneer bel je de dierenarts? Harrit van der Meer: “Meteen als het paard koliekachtig is. Bij veulens, oude paarden of meerdere paarden die tegelijk diarree hebben is het ook raadzaam om niet af te wachten. Is een paard verder alert en eet hij, dan kun je het een dag aankijken. Maar daarna moet het wel over zijn. Anders moet je echt bellen voor overleg.”
Wat moet je doen
Heeft jouw paard diarree, stop dan met geven van krachtvoer. Zorg wel voor onbeperkte toegang tot vers water en goed ruwvoer, dat uiteraard geen schimmel of giftige planten mag bevatten. Door de diarree verliest een paard veel vocht dat moet worden aangevuld om uitdroging te voorkomen. Houd goed bij hoe lang de problemen al duren, wat je paard eet en drinkt en meet zijn temperatuur. Geef geen medicatie of huismiddeltjes zonder eerst met je dierenarts te overleggen.

